WF 's tussenkomst over de begroting : de integrale tekst

warning: trim() expects parameter 1 to be string, array given in /opt/www/schiltzw/web/www.wfschiltz.be/sites/all/modules/ezmlm/ezmlm.module on line 86.

 Tussenkomst begroting 2010, deel energie

 
Collega’s, dames, heren ministers,
Volgens een oud spreekwoord moet men de broek des levens ophouden met de bretels van de hoop. Ik heb de beleidsbrief en begroting van minister Magnette dan ook hoopvol tegemoet gezien. En ik volhard, collega’s, ik volhard voluntaristisch in deze hoop.
 
Natuurlijk zijn er in het energie en klimaat dossier de heikel-heden rond het Suez-akkoord, de onbeslechte mistigheden rond de nucleaire rente,  het knagende gebrek aan een afgelijnde, duidelijke en ambitieuze visie en de morrelende wijfelingen rond het investeringsklimaat in groene stroom en netwerkbeheer. Maar daar belooft de minister aan te verhelpen. En ik heb de indruk dat de minister op dreef begint te raken. Hij wordt daar, in alle bescheidenheid gesteld, enigszins toe aangepord door de niet aflatende initiatieven van uw nederige dienaar en mijn collega’s uit dit halfrond, gesterkt door af en to een corrigerende tik vanuit Europa. Maar ik ben er zeker van dat de minister in zijn rol groeit en nu hij de Europese voortrekkers-gloed heeft gevoeld in Kopenhagen kan hij alleen maar overtuigd zijn om zijn beleidsbrief als opstap voor pittige parlementaire debatten te gebruiken en uit te groeien tot een doortastende beleidsmaker.
 
 

1. SUEZ-AKKOORD

Collega’s laat ons daarom eens kijken op welke manier deze opstap door de minister gezien wordt. En laat mij beginnen met het Suez akkoord: Ik heb in mijn tussenkomst in de vorige begrotingsdebatten reeds gewezen op een belangrijk aantal voordelen. Ik breng kort in herinnering, collega’s, dat het verlengen van de levensduur van de kerncentrales van vitaal belang is, mijn fractie en ikzelf staan dan ook als 1 man achter deze beslissing. En ik durf zelfs verder te gaan: Ik had graag gezien dat in het akkoord ALLE centrales opgenomen waren. We moeten ons nu al de vraag stellen: “Wat na 2025, wanneer alle centrales gesloten moeten worden?” 5800 MW nucleaire elektriciteit vervang je niet van vandaag op morgen, en als het even kan zeker niet door terug te grijpen naar gas of koolcentrales. De regering moet hierop pro-actief reageren: als men bij de kernuitstap blijft, maar moet een ambitieus lange termijnplan worden ontwikkeld om onze bevoorradingszekerheid te garanderen. Het Gemix-rapport wijst erop dat die zekerheid immers bij een uitstap in gevaar dreigt te komen.
Bovendien tonen diverse berekeningen aan dat de kernuitstap, zonder dergelijk ambitieus omschakelingsplan zal leiden tot een stijging tot 30% van de CO2-uitstoot in de elektriciteitssector . Daardoor komen onze globale reductiedoelstelling in gevaar.
 
Het engagement om 500 miljoen euro te investeren in groene energie, dreigt een lege doos te worden; en dreigt ook de markt van groene energie te monopoliseren. Elektrabel investeert immers in bestaande centrales die ze omvormt, zodat ze bijvoorbeeld kunnen werken op biomassa. Daarvoor krijgt ze dan groene stroomcertificaten. De investeringskost voor nieuwe producenten is veel hoger omdat ze moeten investeren in nieuwe capaciteit, waarvoor ze evenveel steun ontvangen als Elektrabel. Producenten als Elektrawinds klagen steen en been over het akkoord, terecht. Dezelfde opmerking geldt uiteraard ook ten aanzien van de 250 miljoen die voor 2009 moet worden betaald aan het privaatrechterlijk fonds dat door Suez zelf in belangrijke mate mag worden beheerd.
 
De aard van de bijdrage, achtbare dames en heren ministers zou eveneens dubieus kunnen lijken. Er wordt immers met 1 vergoeding, onderhandeld als bij een koehandel, er wordt met een flukse haal van een handtekening korte metten gemaakt met alle “onverwachte winsten” (Windfall Profits) die Electrabel als de historische eigenaar van de kerncentrales zal genieten en heeft genoten. Eigenlijk zou het beter zijn, denk ik, dat de versnelde afschrijving vergoed wordt voor het verleden; én dat voor de toekomst, het langer openhouden, een monopolierente wordt betaald .
 
Het bedrag van de bijdrage dan, of wat dit zou moeten zijn, hangt natuurlijk samen met welke de aard is van de bijdrage die wordt vooropgesteld. Er zijn verschillende berekeningswijzen om het afschrijvingsvoordeel van Electrabel te berekenen en er is daarover grondig van mening gewisseld, even grondig mist rond gespuid. Maar alleszins  vanzelfsprekend wordt dit voordeel groter bij verlenging van de levensduur. De regulator CREG komt tot de berekening van dit voordeel op 3,9 miljard Euro. Professor De Keuleneer komt tot een berekening van 13 miljard Euro. Het huidige akkoord stelt een jaarlijkse betaling tussen de 215 en 245 miljoen euro voorop ofwel pakweg 2,5 miljard. Het lijkt erop dat dit bedrag té laag ligt en enkel rekening houdt met het afschrijvingsvoordeel in de toekomst en niet de terugbetaling van dit voordeel uit het verleden.
 
De verhouding tussen het Opvolgingscomité en de Creg blijft onduidelijk. Minister Magnette heeft ons in commissie weliswaar verduidelijkt dat
naar aanleiding van het principeakkoord tussen de Belgische regering en de GroupeGDFSuez, er een plan was om een comité voor de opvolging van deze akkoorden op te richten. Dit heeft als taak onder meer de evolutie van de elektriciteitsprijs in België te vergelijken met de in onze buurlanden toegepaste prijzen. Deze vergelijking zal een aanvulling vormen op de opvolging die de regulator reeds heeft verricht.
De voorstellen van het opvolgingscomité, meer bepaald over de berekening van de nucleaire rente, zullen ipso facto voor advies aan de CREG en haar raad van bestuur worden voorgelegd.
 
En verder zal dit comité als opdracht hebben, ik citeer,
 
elk jaar de evolutie van de productiekosten voor kernenergie alsook de marktprijs te evalueren op basis van de evaluaties van de CREG. Het zal nazien dat de prijs voor de levering van elektriciteit aan de Belgische residentiële afnemers niet het gemiddelde overstijgt van de prijzen die worden toegepast in de Europese regio, zoals vastgelegd door de Europese
Raad der Energieregulatoren.
 
Ik ben natuurlijk uitermate verheugd dat de minister een oogje in het zeil wil houden opdat de uitwassen van onze gemonopoliseerde markt van energieproductie  niet volledig op de schouders van de consument komen, toch niet op korte termijn.  Maar het lijkt toch niet evident om de samenwerking tussen de rijke schare regulatoren en observatoren te definiëren. Ik hoop dat dit comité geen dubbel werk zal doen. Een grondige analyse van de energieprijzen behoort immers ook tot de opdrachten van het Prijzenobservatorium dat bovendien los staat van energieproducenten en beschikt over een onafhankelijk wetenschappelijk comité. Het zou misschien beter zijn het Prijzenobservatorium de opdracht te geven om jaarlijks die analyse te herhalen.
 
Samengevat collega’s bevat de uitwerking van het Suez-Akkoord een aantal elementen en principes waarover we terecht tevreden kunnen zijn, anderzijds zal de regering moeten trachten om met strakke hand de teugels te slaan aan de franse Suez-Staat- tweespan. Onduidelijkheid over het gebruik van die teugels is daarbij nefast en gevaarlijk.
 
 
 
 
 
 
 

2. CO2 REDUCTIE – ENERGIEEFFICIËNTIE: EEN MORRELEND INVESTERINGSKLIMAAT

VBO-voorzitter Thomas Leysen maakte het voorbije weekend de opmerkelijke vaststelling dat het energiebeleid in ons land te onevenwichtig is. Te veel middelen worden geïnvesteerd in hernieuwbare energie terwijl energiebesparing de meest kostenefficiënte manier is om de uitstoot van CO2 te reduceren. Zo wordt nu 800 miljoen euro geïnvesteerd in windenergie op de Noordzee voor een beperkt resultaat inzake emissiereductie. Die 800 miljoen kan veel effectiever en efficiënter worden aangewend indien het wordt besteed aan energiebesparing bijvoorbeeld in de woningsector.
 
Voor de periode 2011-2012 komt er overigens een tweede nationaal plan voor energie-efficiëntie. Ook de gewesten hebben hun plan. De bestaande plannen van de gewesten bevatten een algemene doelstelling met name 9%. Het bestaande federaal actieplan bevat dergelijke algemene doelstelling niet. Het rapport van Energy-Efficiency Watch stelt dat het federaal plan en de regionale plannen onvoldoende geïntegreerd zijn en te veel op zich staan. Wordt in het tweede nationaal plan wel een reductiedoelstelling opgenomen? Overigens stelt het rapport ook dat de verhoging van de energie-efficiëntie met 9% maar een kleine vermindering zal betekenen van de finale energievraag.
 
Tevens moet ons inziens gewerkt worden aan een herziening van het mechanisme van het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost of FRGE..
 
Het FRGE moet lokale overheden in staat stellen om private investeringen in energie-besparende maatregelen te stimuleren. Het kent echter geen grote bijval. Er zijn slechts 7 lokale entiteiten actief, waarvan 5 in Vlaanderen. De belangrijkste reden voor de terughoudendheid van de gemeenten om deel te nemen aan het FRGE is de gevraagde garantiestelling. De federale regering wil het fonds dynamiseren door de uitgifte van obligaties en de Vlaamse overheid gaat een waarborgregeling voor gemeenten invoeren. De FRGE is niet nieuw en niet onbekend. Het uitblijvende  succes doet dan ook de vraag stellen zich of men niet beter overschakelt op een andere systeem. Vele gezinnen, maar ook bedrijven en scholen, willen wel energiebesparende investeringen doen, maar hebben daartoe niet de nodige financiële middelen. Derdepartijfinanciering biedt een uitweg. (In dit systeem sluit de eigenaar een contract af met een derde partij - ook wel Energy Saving Company (ESCO) genoemd - met het oog op een stevige reductie van de energiekosten met een vastgelegd percentage. Deze derde partij investeert in energie-efficiënte maatregelen en staat vervolgens in voor de verdere financiering, implementatie, uitvoering en onderhoud.) Volgens ons heeft dit systeem meer kans op slagen omdat de verbruiker op geen enkel moment een meerkost heeft. Dit systeem kan bovendien ook gelden voor kleine bedrijven en zelfstandigen.
 
 

3. NETWERKEN

1.
Ten derde wil ik nogmaals een lans breken voor een structurele aanpak van de energienetwerken. In het kader van energie-efficiëntie wil ik pleiten voor een gedecentraliseerd en slim elektriciteitsnetwerk. Misschien moet ook hier worden overwogen om een deel van de middelen voor hernieuwbare stroom te kanaliseren naar de omvorming van het netwerk. Op termijn is hierdoor immers een grote reductie van energieverbruik mogelijk. In dit verband moet ook worden verwezen naar het beleid ten aanzien van directe lijnen en private netwerken, waarbij decentraal geproduceerde energie los van het transportnetwerk kan worden geleverd aan de klant.
 
2.
Maar ook met het oog op bevoorradingszekerheid en de verhoopte doorbraak van groene stroom moeten netwerken zwaar aangepast worden.
Al jaren streven we naar een onafhankelijke netwerkbeheer zowel in elektriciteit als in gas. De onafhankelijkheid ten aanzien van de producenten lijkt meer en meer verzekerd te zijn. Anderzijds stelt zich in de toekomst dan weer het probleem dat de overheid zelf een dubbele rol speelt. De gemeenten zijn mede-eigenaar van het transmissienetwerk, van de distributienetwerken (vanaf 2018 zelfs volledig; althans in Vlaanderen) en van Fluxys (via Publigas). In dit zin hebben zij belang bij hoge netwerktarieven. Tegelijk ziet de federale overheid, via de Creg, erop toe dat die tarieven zo laag mogelijk zijn, in het belang van de consument, hoewel een billijke winstmarge voor de beheerder wordt voorzien. Het valt moeilijk in te zien hoe deze onafhankelijkheid kan worden gegarandeerd door de openbare sector mee te laten profiteren van de winsten van het netwerkbeheer.
 
Voor gas overweegt men overigens om drie aparte netwerkbeheerders aan de duiden. Wat is de stand van zaken in dit dossier? Tegen welke termijn mag de aanduiding verwacht worden? Heeft de recente Europese inbreukprocedure inzake de tarieven voor doorvoer en transport van gas hier enige impact op? Ik blijf met die vragen zitten en ik blijf hekelen dat de prijs die wij allen voor het netwerkbeheer betalen volgestopt zit met allerlei verkapte belastingen...
 
 

4. CONCLUSIE

In zijn Beleidsbrief stelt de minister dat er heel wat maatregelen zijn genomen om de concurrentie te bevorderen en de prijzen te controleren: swap-operaties, de Belpex-beurs, heffingen op niet-benutte sites, onafhankelijke netwerkbeheerders, versterking van de CREG, toepassing meerjarentarieven, oprichting opvolgingscomité. Ik juich deze initiatieven toe, collega’s, al lijkt het hier en daar wat te veel “Kurieren am Symtom” want de productiemarkt blijft een monopolie. Men kan daartegenover twee strategieën ontwikkelen: de monopoliesituatie bestendigen en reguleren of het monopolie doorbreken.
 
Vanzelfsprekend streeft Open Vld voor deze tweede oplossing, niet uit fetisj, maar omdat de eerste niet werkt. Maximumprijzen bijvoorbeeld  en het nieuwe opvolgingscomité dreigen, indien niet goed geleid, het monopolie te versterken: dit leidt op termijn tot een verstarring tot de markt en verstarde markten staan geen innovatie toe, net dat is nodig om op termijn genoeg propere en betaalbare energie voor de consumenten te krijgen.
 
Nog een woord over innovatie wat kernenergie betreft ten slotte, en daarmee ben ik  terug bij het begin, is het uitkijken naar de verdere inspanningen van de regering naar het Myrrha-project toe, nu de groep experts een positieve evaluatie hebben gemaakt en adviseren om het project verder te zetten kan dit alleen maar positief zijn. 
 
 
Het is duidelijk dat het begrotingsluik energie en de beleidsbrief van minister Magnette een delicate en wat originele dans uitvoert met zijn regionale tegenspelers: overleg en een geïntegreerde aanpak is broodnodig, maar daarvoor hoeft u de armen van uw danspartners niet uit te rekken.
 
Collega’s, dames heren ministers,
U hebt gehoord dat ik vol goede wil, maar met kritische blik de huidige energie-begroting bekijk en dat het voorliggende beleid slechts een eerste stap kan zijn, want hoop is een goed ontbijt, maar een slecht avondmaal.