Ontluisterende biografie van de jonge Vlaams-nationalist gebaseerd op zijn eigen dagboeken

warning: trim() expects parameter 1 to be string, array given in /opt/www/schiltzw/web/www.wfschiltz.be/sites/all/modules/ezmlm/ezmlm.module on line 86.
27/05/2009

 

 

 

 

Walter Pauli 27-05-2009 Pag. 33

 

Hugo Schiltz

Ontluisterende biografie van de jonge Vlaams-nationalist gebaseerd op zijn eigen dagboeken

'Gij zult politicus worden'

Wellicht was Hugo Schiltz de belangrijkste Vlaams-nationalistische politicus na de Tweede Wereldoorlog. Een man van zijn statuur .

Het kwam niet vaak voor dat ondergetekende als journalist een krop in de keel kreeg.Maar toen in de eerste helft van de jaren negentig parlementaire debatten over repressie en amnestie plaatsvonden, gebeurde dat ineens twee keer in dezelfde week. Toen Paul Van Grembergen en - vooral - Hugo Schiltz het woord namen. Twee sprekers voor de Volksunie - zo heette tot 2001 de voorloper van N-VA en SLP.Het waren allesbehalve arrogante, kwetsende pro-amnestiepleidooien, destijds de huisspecialiteit van het Vlaams Blok.Het waren genuanceerde, maar ook persoonlijke en zeer doorleefde getuigenissen, oproepen tot verzoening vooral. Niet om het verleden te vergeten, maar wel om het grote gelijk te begraven.

Vooral Hugo Schiltz (1927-2006) sprak uit eigen ervaring. Volgens een geijkte formule was zijn familie 'in de collaboratie' gestapt, en betaalde daar achteraf een prijs voor.Ook de 17-jarige Hugo, die een paar maanden in de gevangenis terechtkwam.Zoals zo veel collegestudenten was de jonge Schiltz erg idealistisch en geloofde hij dus in zijn zaak. Pas in de jaren na de oorlog gingen zijn ogen (langzaam) open, en werd de dweper van rechts-autoritaire regimes een hardnekkig verdediger, zelfs belijder van de democratie.Lectuur van de Franse existentialist Albert Camus had hem in die ontwikkeling zeer geholpen.

Over die cruciale jonge jaren in het leven van de belangrijkste naoorlogse Vlaams-nationale politicus, heeft journalist en publicist Paul Huybrechts een schitterend boek geschreven. Het zou het eerste deel zijn in een driedelige biografie over Schiltz. Voor dat opus magnum beschikt Huybrechts dan ook over uitzonderlijke 'materiaal': de private en dus intieme dagboeken van Hugo Schiltz. Een gemeenschappelijke kennis bracht hem in januari 2007, niet zo lang na de dood van Hugo Schiltz, een bezoek, samen met een aantal vrienden van Schiltz, diens weduwe en kinderen. Boven een bord spaghetti vroegen ze hem om een biografie te schrijven. Huybrechts haalde alle argumenten uit de kast om níét aan dat werk te moeten beginnen: hij was geen politiek journalist, zelfs geen historicus, hij had ooit wel de Wetstraat gefrequenteerd, maar Schiltz zelf nooit ontmoet, laat staan zijn familie. Hij was geen Vlaams-nationalist en had zelfs weinig voeling met die stroming. Tot Suzannah Schiltz hem een bundeltje toeschuift: kopies van het eerste dagboek van haar man, uit 1943. De jonge Hugo moest nog 16 worden.

Huybrechts raakt geïntrigeerd.Hij piekert al een tijd over die uitdagende vraag die Jonathan Littell in Les Bienveillantes oproept: "Wat zou er van u, Paul Huybrechts, geworden zijn, als u in 1934 in Kiel rechten zou hebben gestudeerd. Zou u ook niet bij de SS terecht gekomen zijn en in Oekraïne gedaan hebben wat de Duitsers toen in Oekraïne deden?"

Het is de hamvraag van de generatie die 'de oorlog meemaakte' aan al wie daarna kwam en, zoals Schiltz dat uitdrukte, kan genieten van "de slaap der zuiveren".De post-45'ers hoefden geen verscheurende keuzes te maken, of toch niet van dezelfde omvang en indringendheid, als de oorlogsgeneratie. En die overweging zette Huybrechts aan om in de huid van Hugo Schiltz te kruipen. Wat dreef hem? Welke factoren bepaalden zijn lot?Hoe nam zijn eigen leven een wending? En dat dus met de intrigerende, private, haast voyeuristische inkijk in de geest van Hugo Schiltz, via zijn eigen dagboeken. Ongeveer de helft daarvan haalde uiteindelijk het papier.De andere helft schrapte Huybrechts, omdat hij het niet ter zake doend vond, of te persoonlijk.Naar eigen zeggen ging hij daarbij "scrupuleus" te werk: "Niemand heeft mij daarbij ooit enige instructies gegeven." Wie Huybrechts' puntgave werk als journalist en publicist kent, weet dat het tegendeel zou verbazen.

Het jonge leven van Hugo Schiltz smaakte overigens bitterzoet. Bij zijn geboorte in 1927had hij een nieuwe telg moeten zijn in de bedrijvige Antwerpse financiële elite.Zijn grootvader van moederskant, Lode Melis, zetelde als katholiek schepen in het college van de legendarische staatsman Frans Van Cauwelaert.Een aangetrouwde oom was de nummer twee van een Joodse bank in Brussel.Zijn familie van vaderskant, de Schiltzen dus, stammen uit het Bornemse gehucht Buitenland, aan de Schelde in Klein-Brabant. Maar vanaf het einde van de negentiende eeuw werken ze zich snel op. Emiel Schiltz, Hugo's grootoom, is in 1919 de advocaat op het beroemde proces voor 'activist' August Borms.

De jonge Hugo Schiltz kwam dus uit een familie die allesbehalve onbemiddeld was, en politiek vooraanstaand in christelijke en Vlaamse kringen.En toch waren er ook serieuze schaduwkanten aan het huiselijke geluk van de familie Schiltz.In 1924 werden de jonggehuwde ouders Schiltz namelijk uit hun huis gezet, hun inboedel werd publiek te koop aangeboden. Het was het gevolg van een faillissement.Vader en oom Schiltz waren wisselagenten in de Antwerpse haven en hadden in die hoedanigheid nogal roekeloos gespeculeerd, onder meer in Kaukasisch petroleum.Gelukkig kan moeder Maria Melis een nieuwe zaak starten, al heet die officieel 'mw. W. Schiltz-Melis'.Nog tot ver de jaren zestig zou de oude vader Schiltz nog een paar keer door de beursautoriteiten op de vingers getikt worden.

Hoewel de Schiltzen in hun beroepsleven dus enig risico niet schuwen, zorgen zij wel voor een warm nest voor hun zes kinderen - én hun inwonende tante, én een dito nonkel pater.In die woelige jaren dertig blijven ze Vlaams én katholiek, en politiek actief.In mei 1940 heeft de 12-jarige Hugo Schiltz bijna de 'zesde Latijnse' (zo heette het eerste jaar middelbaar onderwijs toen) achter de rug, nota bene in het Xaverius College te Borgerhout, waar de jezuïeten borg staan voor hun stijl van 'excellente opleiding' voor de aanstormende elite. Als Hugo in zijn puberjaren komt, stapt de familie Schiltz (net als het hele VNV) mee in de collaboratie. En wat thuis gezegd wordt, uit zich op school.In 1941tikt Hugo op de zware Remingtontypemachine van zijn vader briefjes met 'België Barst.Vlaanderen Vrij' en legt hij die op alle lessenaars van zijn klas. Ook al krijgt hij straf en kan hij niet op tegen de (pro-Belgische, anti-Duitse) argumenten van een priester-leraar, het Vlaams-nationalisme krijgt hem steviger in zijn greep.En dus, in die tijd, het pro-Duitse sentiment. En dat in een tijd dat het land Duitsland en het heersende naziregime amper uit elkaar te houden waren.

Als Hugo Schiltz op 14 augustus 1941 aan zijn eerste dagboek begint, bevindt hij zich trouwens in Duitsland, samen met zijn broer Wilfried. Zij behoren tot het allereerste contingent

En ook de Jodenvervolging komt dreigend dichtbij. Hij krijgt in het Nederlands vertaalde anti-Joodse brochures van de hand van de infame antisemiet Alfred Rosenberg. Als de jezuïeten hem betrappen, moet Hugo 'bij de directeur' komen, waar hij met zedelijke en politieke argumenten ingeprent wordt dat de Jodenjacht amoreel is.Mogelijk had die reprimande effect, want in de dagboeken van de jonge Schiltz wordt nergens naar de Jodenvervolging verwezen, zo affirmeert Paul Huybrechts. Doch ook die stilte verwondert wel, want vlakbij de woning van het gezin Schiltz in de Groenstraat beginnen in 1942 de infame razzia's op Joden. De houding van de Schiltzen is ambivalent.Enerzijds blijft de familie contacten houden met Joodse vrienden.Anderzijds gaat Hugo wel kijken naar smerige anti-Joodse films als Der Ewige Jude of Jud Süss - Hugo kan het zich later niet goed meer herinneren.Maar terug thuis waarschuwt zijn vader: "Jongen, daar moet ge voorzichtig mee zijn.Dat is niet juist zoals het daar afgeschilderd wordt." Als Hugo later ploegleider van NSJV is, springt hij eens in de bres voor Joden die het slachtoffer zijn van een lokale pogrom. Antwerpenaars (leden van de anti-Joodse Volksverwering of de Vlaamse SS) duwen hem weg.Vader: "Het is een schande wat daar gebeurt." Maar de meeste vrienden en kennissen houden zich stil. Huybrechts: "Het gebeurt allemaal voor ogen die niet zien."

Erger,in 1943 trekken Hugo's oudste broer Walter en neef Werner naar het Oostfront, als leden van de SS Sturmbrigade Langemarck.Walter zal later door de Amerikanen nabij de Oder gearresteerd worden - zijn tatoeage verraadt hem als SS-lid. Hij wordt aan België uitgeleverd, krijgt vijf jaar maar komt 'al' in 1948vrij. Hugo: "En zeggen dat hij uit liefdesverdriet vertrokken is."

Intussen wordt het leven in Antwerpen niet vrolijker voor de collaborateurs. De haat voor 'de zwarten' groeit.Op het college spelen klasgenoten elkaar stiekem briefjes door: "Doorgeven. Opgelet voor de Moffen, verdachte Vlamingen en Dietsers: Vanachteren, Schiltz." De jonge Hugo kiest nog altijd voluit voor de Duitse kant.Maar steeds duidelijker is dit de verliezende partij.Boos noteert hij: "Rome bevrijd! Het volk der gangsters, alcoholsmokkelaars, wolkenkrabbers en gemechaniseerde 'eenheidsmensen' heeft de eeuwige

Bevrijding

Maar het loopt dus fout af. In september 1944 bevrijden de geallieerden België. De Schiltzen vluchten niet naar Duitsland. Op 2 september noteert Hugo, nog altijd maar zestien: "Ik blijf, mijn God, ik moet (onderstreept.Ik moet die ineenstorting van de beweging meemaken, ik moet dat wegsmelten van de schone idealen beleven, zonder er ook maar een schot voor te kunnen leveren, zonder er ook maar een daadwerkelijk verzet tegen te kunnen bieden." Twee dagen later staan de Britten in Antwerpen. Voor de collaborateurs breken barre tijden aan. Vader Schiltz wordt meteen voorgeleid. Hugo gaat zich spontaan aangeven, met een paar vrienden.Hij zal een paar maanden geïnterneerd blijven, ziek worden, honger lijden. Ook de familie heeft het niet onder de markt. Op een dag is er 'bezoek' van een beschonken buurman, een communist, die net het bericht had gekregen dat zijn zoon in Mauthausen omkwam.Hij wil vader Schiltz, die hij (onterecht) van verklikking verdacht, met een bijl de kop inslaan. Een priester leidt de door verdriet overmande man bij de arm weg: "Die mensen hebben al genoeg miserie."

Hugo Schiltzis nog altijd radicaal Vlaamsgezind, maar in plaats van hooggestemde idealen komen er voor de poësis- en retoricaleerling ook stilaan meer wereldlijke besognes bij. Dat zijn soms gênante passages om te lezen (zou de jonge Hugo Schiltz gewild hebben dat heel Vlaanderen op zijn pril 'ontluiken' zou kijken: het blijft een intrigerende vraag voor de biograaf).

Maar zijn oude ideeën zijn nog niet weg.Antwerpen is al bijna een jaar bevrijd als uit Duitsland het nieuws komt van Hitlers zelfmoord.Hugo Schiltz: "De Führer is gevallen op zijn post. Zulke mensen kunnen, mogen bijna niet anders sterven.Liever een lijk dan in 't slijk." Nog later zal hij bijzonder bitter zijn over het proces van Neurenberg.De 19-jarige Hugo Schiltz heeft vooral sympathie voor de nazileiders: "De vonnissen te Neurenberg zijn geveld. De rechtsverkrachting is voltrokken.Men moet zich inspannen om kalm te blijven.Om het niet uit te barsten van woede om de walgelijke komedie die daar gespeeld wordt. (...) Seyss-Inquart, dood met de strop.Dat is wraak om de Anschluss. De wraak om een gebeurtenis van historische waarde." (01.10.1946) Zelfs als de beulen van Breendonk de dood met de kogel kregen, is Schiltz vooral met één van hen begaan, een zekere Carleer. Van mogelijke bestialiteiten in Breendonk zelf (waarover nochtans uitgebreid kond werd gedaan tijdens het proces) wil hij blijkbaar niet weten."Vanmorgen werden 'de beulen' van Breendonk gefusilleerd. Zelfs de gevangenisdirecteur noemt zijn vonnis een moord."

Kantelend wereldbeeld

De selectie van de hierboven vermelde 'politieke' dagboekfragmenten zou het verkeerde beeld kunnen opwekken dat de jonge Hugo Schiltz in zijn extremistische wrok bleef steken. Dat was niet zo. De jongeman worstelde tussen een aantal prille liefdes en een religieuze roeping."Wij zouden het evangelie meer moeten lezen, opdat Christus dichter bij ons zou staan", schrijft hij in oktober 1946 tijdens een retraite in het jezuïetenhuis te Drongen. Of: "Christus is mijn koning en mijn vriend. Christus de koning. Hij is de Schepper.De Heer der heren.Heerlijk is Zijn Majesteit, verschenen boven de hemelen." De opgroeiende Schiltz was oprecht bekommerd om het gebrek aan moraliteit in de samenleving, en vooral bij arbeiders en studenten. Hij is een man van de jeugdbeweging, maar beseft de risico's van het vak. Hij niet alleen: "Manu (Ruys) was zo-even bij mij. Hij merkte op dat het Dietsche Blauwvoetvendels-publiek zoals het nu te Antwerpen verenigd was, bijna om zeep is. Er is bijna niets meer mee te bereiken.Het enige waarin zij nog belang stellen, is trekken naar de hei en daar vrijen." (26.11.1946)

Maar Hugo ziet stilaan wel klaar in zijn 'roeping'. Hij wordt wellicht toch geen priester.Zijn geweten zegt hem: "Politicus zult gij worden." Maar uiteindelijk is het een jezuïet - Paul Croonenberghs - die in Hugo's plaats de keuze forceert, tijdens een gesprek waarin Hugo komt 'vragen' of hij toegelaten wordt tot het novicaat. "Hij neemt plots, zeker en overtuigend een besluit: 'Ik neem het op mijn verantwoordelijkheid. Je zet het plan van jezuïet te worden uit je hoofd en gaat met volle overtuiging en toewijding in je loopbaan als politicus.' Verwezen stap ik naar het station. Zo is het dus." (26.09.1947)

En stilaan draait ook het wereldbeeld van Hugo Schiltz."Er is zoveel dat wij allemaal, wit zowel als zwart, moeten herzienParochieblad, het Handelsblad, enz. publiceren een artikel van pater Janssens O.P.waarin de gewetensplicht wordt opgelegd zijn stem aan de CVP te geven.Hij gebruikt zelfs het woord 'zonde'. Triestige mentaliteit." (25.06.1949) De VU'er is geboren.

En zo wordt de jongen Hugo Schiltz stilaan een man. Hij heeft zijn idealen, maar moet politieke en praktische keuzes maken. Hij heeft zijn moraliteit, maar betrapt zichzelf soms op geflirt, en voelt zich daar achteraf niet goed bij, zo bekent hij tegen zichzelf in zijn dagboek: "En ik heb met haar gedanst, tango, zoals ik hem nog nooit danste, met doffe gelatenheid haar nabijheid accepterend."

Misschien verwoordde hij in die ene zin, die hij op 16januari 1950 schreef, wel het dilemma voor de rest van zijn leven: "Consequentie, vroeger mijn sterkte. En nu?"

Paul Huybrechts zorgde voor een ongemeen boeiende tranche de vie. Maar, zo waarschuwt hij, zijn boek "is hoe dan ook niet geschikt voor reizigers die niet in de tijd kunnen reizen, of die gelijk nodig hebben." Want ondanks zijn latere compromisvolle houding, ook in zijn zakelijke leven, zou Hugo Schiltz zijn leven lang een man van principes zijn. Hij kon dat, omdat hij op jonge leeftijd inzag dat wat hij voor zeker aannam, in grote mate onwaar was.

Walter Pauli

Meulenhoff/Manteau, 507 pagina's, 39,95 euro.

Paul Huybrechts

Hugo's heilige vuur.De intieme biografie van de jonge Hugo Schiltz, 1927-1954