Open VLD Nieuws
- Werelddag tegen kanker: aandacht voor alle facetten in strijd tegen kanker
- "Maggie De Block verdient steun, geen hoon"
- "Noodopvang is per definitie tijdelijk"
- Gemeenten behoed voor duurdere leningen
- Nieuwe BIV-regeling voldoet niet
- Mercedes Van Volcem: Vlaamse regering zaait onrust met woonkorting
- België bevestigt pro-Europese koers
- “Meer mogelijkgheden voor interim-arbeid, is meer kansen op werk”
- Een derde weg voor Europa
- Groep van 100 Chinese bedrijven staat klaar om België als uitvalsbasis te kiezen
Hugo's Heilige Vuur
Vandaag werd het eerste deel van de driedelige biografie over Willem-Frederik 's vader, Hugo Schiltz, voorgesteld.
Het lijvige boek werd reeds zeer goed onthaald door Walter Pauli in De Morgen.
Willem-Frederik zal wat meer uitleg geven over het boek morgenavond in Phara op Canvas en zaterdagvoormiddag in het radioprogramma Trio op Klara.
Hieronder kan u zijn speech van deze morgen nalezen:
Toespraak Willem-Frederik Schiltz
Boekvoorstelling “Hugo’s Heilige Vuur” - 25/05/09
1.
Mevrouw, mijnheer de ministers van Staat, dames en heren, het boek dat u vandaag wordt voorgesteld is het eerste deel van een tweeluik. Het vindt zijn oorsprong in de wil van mijn vader, Hugo Schiltz, om op een dag zijn memoires te schrijven. Hij had daartoe bij leven al de opdracht gegeven om historisch materiaal te compileren om zo het kader van zijn levenspad te schetsen waaraan hij zijn verhaal als kapstok zou ophangen.
Hij was tijdens zijn ziekte bijzonder bezorgd dat zijn verhaal, het verhaal van hem en zijn ‘maten’ er niet zou komen.
Meermaals vroeg hij ons nadrukkelijk: “Hebben jullie mijn dagboeken wel goed gelezen,” waarmee hij uiting gaf aan de frustratie en onmacht om niet gekend en niet helemaal begrepen te zijn.
Gedurende zijn leven wist ik hem gekweld door de beperking van het woord. Eens in woorden gevat wordt de gedachte al een stukje verminkt. De zuivere beweegredenen dreigen zo te worden bezoedeld in menselijke misverstanden met als gevolg verwijdering en het opduiken van kleine tot dramatische obstakels.
De droefnis hierover zagen wij tijdens zijn leven vaak virulent de kop opsteken en op het einde werd hij verteerd door de angst dat de bron van zijn levenswerk en engagement verloren zou gaan.
In de belofte van mijn moeder, Suzannah, om zijn geschiedenis weer te geven vanuit zijn beleving, vond hij uiteindelijk rust.
2.
Hoe een dergelijke opdracht aanvatten? Waar was hij mee bezig? Waar wilde hij naartoe? Hoe moesten we zijn initiatieven begrijpen zoals het samenbrengen van het lente- en warandemanifest? Welke bruggen was hij aan het bouwen, welke banden aan het smeden? Vanwaar nog die drang om Vlamingen te bundelen in een sterke opstelling van eenheid?
Het antwoord op deze vragen in commentaren, vaak van “nieuwe vrienden” post-morten, hingen een sterk gekleurd beeld op.
Wie was nu Hugo Schiltz, mijn vader?
Het leek ons best om hem zo veel mogelijk zelf aan het woord te laten.
Via de verwijzing naar zijn dagboeken benadrukte hij
om de constanten in zijn jeugdig- en toekomstig engagement bloot te leggen. En dus hebben we hem in dit boek laten vertellen, we hebben de nuances van verschillende aspecten van zijn persoon voor zich laten spreken om aldus geen verarmend taboe te maken van de totaliteit van de mens ‘Hugo Schiltz’.
Omdat een mens niet enkel een homo politicus is, of net doordat hij dat door persoonlijke ervaringen net wordt, hebben we daarbij zijn jeugdige tormenten intact gelaten. Zo kan de lezer mét hem groeien tot inzicht in wie hij is geworden.
3.
Na een lange zoektocht rijpte het inzicht dat dit delicate verhaal moest worden gebracht door een schrijver die er -zelfs onbewust- zijn kleur, engagement of persoonlijke ervaring, niet op zou laten afschijnen.
In Paul Huybrechts vonden we dit onbeschreven blad, dat evenwel professionele degelijkheid, precisie en systematiek als watermerk in zich droeg.
Het volle besef van de noodzaak van historische juistheid van alle gegevens, was voor Paul een enorme uitdaging die hij aanvankelijk met behoedzaamheid monsterde. Hoe meer hij zich erin verdiepte hoe meer we hem gepassioneerd zagen om Hugo’s persoonlijkheid en levenskader te ontrafelen. Ik citeer uit zijn voorwoord:
‘Toen kreeg ik van Suzannah Schiltz een kopie van het eerste dagboek van de adolescent Hugo. Het is daarin 1943, zo stelde ik vast, en de 15-jarige Hugo dicht:
‘De eerste schoten knallen
en lijken vallen dof
ter moederaarde neer,
tot in den dood gehaat.’
Wie schoot? Wie sneefde? Wie was tot in de dood gehaat? Ik keek tegen een onopgeloste moordzaak aan. Een seriemoord kennelijk, wellicht politiek gemotiveerd. Met dit document moest ik wel overstag gaan.’ (Einde citaat)
Ondanks zijn ontluikende interesse en groeiend enthusiasme, behield Paul steeds zijn scrupuleuze aard om elk spoor te controleren en te verifiëren en om ten allen tijde zijn objectiviteit zorgvuldig te bewaken.
Net daardoor slaagde hij erin een bijzonder krachtig, intiem en waarachtig verhaal te brengen waarin ik mijn vader als een verrassend herkenbare jongeman zag oprijzen.
4.
Ik hoop dat u al een beetje nieuwsgierig bent. Sta mij echter toe om u kort toe te lichten wat dit boek voor mij betekent, hoe ik dit verhaal ervaar.
Allereerst was ik, ja zeg maar verrast, door de actuele relevantie.
Het trauma van de oorlog heb ik nochtans niet meegemaakt. Ik ben nooit voor zo’n zware ethische dilemma’s geplaatst als die waarover Jonathan Litell schrijft. Ik ben bovendien geboren in een tijd waarin de Vlaamse Strijd al heel wat had veranderd. Natuurlijk ben ik dus niet opgegroeid met dezelfde thematieken. Mede door de realisaties van mijn vader en Wilfried Martens en Antoinette Spaak, zijn de problematieken in de samenleving niet meer dezelfde.
En toch is het boek voor mij enorm belangrijk. Niet enkel toont het hoe Hugo Schiltz als mijn vader wél worstelde met het oorlogstrauma en wél heeft ‘gestreden’ voor meer zelfbeschikking. Niet enkel toont het boek hoe daaruit een staatsman groeide. Het legt bovendien zijn leidmotief bloot, namelijk dat de zin van het leven in de verplichting ligt om er voor de samenleving, de medemens en onszelf, het beste van te maken. De verdomde plicht om dit sociaal-maatschappelijk engagement, vanuit de eigen geworpenheid, op te nemen. Een politieke ‘roeping’ moet daarbij gezien worden als de meest snelle weg daarnaartoe.
Zo zei hij in 83: ‘Dus ben ik flamingant, niet omdat ik ervan overtuigd ben dat de Vlamingen ook maar enige superioriteit zouden hebben, maar omdat het lot me hier heeft neergezet. In deze kring moet de menselijke waardigheid gesticht worden, zoals iedereen moest doen die in de stad van Camus was beland.’ (1983)
Mijn vader heeft, zo blijkt, in nog veel moeilijker tijden dan die waarin ik u nu toespreek de weg naar de democratie gevonden.
Daarom is dit boek tevens een appél, ook aan jongeren, om zich niet blind te staren op de oppervlakkigheid van de dingen, niet te verstarren in dogmatische begrippen, maar kritisch te blijven schouwen of het doel wel nagestreefd wordt, alert te blijven voor nieuwe bedreigingen. Het boek wordt daardoor tevens een kompas om de weg naar de democratie te blijven vinden en niet te vergeten welke geesten en dwaallichten velen ooit misleid hebben.
In de verschillen tussen zijn tijd en mijn tijd zie ik dan ook een prominente constante: die van het imperatieve engagement.
Ik ben er zeker van dat u in het boek het genuanceerde beeld van mijn vader en zijn tijd dat ik u hier schets, zult terugvinden. Het kadert vele van zijn zelfs latere beslissingen en geeft de aanzet tot begrip van ook tragische momenten zoals de Egmontperiode. Dit gezegd zijnde hoop ik u in de niet al te verre toekomst opnieuw te mogen verwelkomen bij de voorstelling van het tweede boek dat de sleutelmomenten uit zijn leven zal belichten. We willen u vandaag de Staatsman niet ontzeggen maar enkel zeker zijn dat u zijn levensverhaal zo waarachtig mogelijk zal kennen.
Paul, ik dank je oprecht en met bewondering voor deze buitengewone prestatie. Ook mijn vader’s vrienden die het project mee gestalte hebben gegeven en vooral mama, bedankt, alvast wat mij betreft, met een knipoog naar mijn zusjes, dat jullie me een stukje meer van mijn vader hebben gegeven.
En Vake..., mama heeft het beloofd, het is gelukt.
Dames en heren, geniet van dit boek, laat u erdoor grijpen en laat Hugo’s heilige vuur met warme gloed in u ontvlammen.
<!--EndFragment-->
- Willem-Frederik Schiltz's blog
- 842 reads



