WF's visie op het Belgisch Energiebeleid

Maak de weg vrij voor echte concurrentie en hernieuwbare energie !
 
We staan aan de vooravond van 2010. De Belgische energiemarkt zou nu reeds 10 jaar een vrijgemaakte markt moeten zijn.  We moeten echter toegeven dat het adagium ‘een vrijgemaakte markt leidt tot lagere prijzen’ niet heeft gewerkt in het Belgische verhaal.
 
Tot op de dag van vandaag zitten we nog steeds opgescheept met een dominante speler. Deze dominante producent profiteert bovendien van een historisch opgebouwd voordeel, gefinancierd door de consumenten.
Hoewel er reeds heel wat positieve zaken zijn ondernomen om tot meer en betere marktwerking te komen, zijn we er nog lang niet.
 
Eerst en vooral moeten we af van de dominante positie van Electrabel. Logischer wijze moeten we ook af van de akkoorden op maat van diezelfde Electrabel. We moeten durven resoluut voor een concurrentiële markt kiezen, en die kan er alleen in bestaan dat geen enkele marktspeler meer dan 45% in handen heeft van de totale markt en binnen die markt mag er ook geen enkele actor meer dan 50% van het nucleaire park in handen hebben. Ik heb alvast de koe bij de horens genomen en op basis van dit idee een wetsvoorstel ingediend ter invoering van een vermijdbare heffing voor marktspelers die bovenstaande limieten negeren.
 
Verder moeten we blijven streven naar een sterke regulator die toeziet op een correcte prijszetting. Hoe groter de invloed van 1 speler op de markt, hoe sterker de regulator moet toezien, samen met de raad voor mededinging.  Door het recent afgesloten akkoord met Electrabel en meer specifiek,  met het in het leven roepen van een opvolgingscomité, dreigen we tien jaar terug te keren in de tijd. De vrees bestaat immers dat dit opvolgingscomité een nieuwe versie van het toenmalige controlecomité zou kunnen worden (weliswaar onder een andere benaming,  maar met dezelfde actoren).  Het is zeer waarschijnlijk dat het opvolgingscomité zich vooral bezig zal houden met productieprijzen, aangezien de CREG hier in feite niets aan te zeggen heeft.
 
Een ander oorzaak van de obstructie van een goede marktwerking ligt bij de sociale dienstverplichtingen. Alle sociale dienstverplichtingen zowel op federaal, gewestelijk of eender welk ander niveau moeten gezuiverd worden. We moeten ons de vraag durven stellen of de elektriciteitsmarkt mag gebruikt worden als herverdelingsmechanisme. Volgens mij moeten niet de distributienetbeheerders (zoals Eandis) de zwakke niet-betalende klanten onder hun hoede nemen, maar de OCMW’s moeten hiervoor ingeschakeld worden. In het huidige systeem wordt via deze dienstverplichtingen namelijk een heffing toegevoegd aan de elektriciteitsfactuur waardoor de elektriciteit tot een vermomd belastingsysteem verwordt.
Ik maak van de gelegenheid gebruik om ook de idee te poneren van een centraal gegevensbeheer van de in- en uittredingen van leveranciers en hun respectieve klanten. Deze manier van werken staat bekend onder het model van een centraal clearing house. Op die manier wordt het voor de distributienetbeheerder eenvoudiger om te beschikken over de correcte en up-to-date gegevens over het verbruik van individuele consumenten  en aan de hand van deze gegevens te factureren aan de leveranciers. Voor klanten die onder het sociaal tarief vallen kan de factuur dan rechtstreeks doorgestuurd worden naar de lokale OCMW’s.
 
Naast de problematische vrijmaking van de Belgische energiemarkt, blijven we nog steeds wachten op de samenstelling van de ideale energiemix voor België, een tweede heikel punt in het Belgisch energiebeleid.
De beslissing om de drie oudste kerncentrales 10 jaar langer open te houden is genomen. Dit mag echter de investeringen in groene energie niet doen afnemen. Toch moeten de steunmaatregelen voor de groene energie dringend onder de loep genomen worden om te vermijden dat ze ervoor zorgen dat de elektriciteitsfactuur ontspoort. Het is namelijk onaanvaardbaar dat stimuleringsmechanismen om propere stroom te promoten, zoals de groenestroomcertificaten,  misbruikt kunnen worden door over- of mis- subsidiëring.
 
Onze energiemix moet erop gericht zijn dat we meer energie-onafhankelijk worden, in de eerste plaats van olie-exporterende landen. Dit bereiken we door enerzijds zoveel als mogelijk aan energiebesparing te doen en anderzijds door te investeren in die energiesectoren die we zelf kunnen voorzien, zoals hernieuwbare energie. Om de hernieuwbare energie zijn volle kans te geven, moet er dringend geïnvesteerd worden in decentrale productie en hoge spanning - transmissienetten. Wat baat het immers om hernieuwbare energie te stimuleren als onze infrastructuur daar nog niet aan aangepast is. Investeringen stimuleren in een sterk netwerk biedt meer producenten de kans om elektriciteit tot in België te krijgen en is cruciaal om groene stroom rendabel te maken.
 
In het licht van de klimaatdoelstellingen is het eveneens van groot belang dat we het CO2-gehalte voor ogen houden: het opwekken van nucleaire energie en het opwekken van hernieuwbare energie heeft geen CO2-uitstoot, de gasgestookte centrales evenals de steenkoolcentrales dan weer wel. In het scenario van de kernuitstap zal de CO2-uitstoot in de elektriciteitssector met 28% stijgen tegen 2020, wat voor de ganse economie neerkomt op 4,5% extra. Betekent dit dat we deze technologieën dan moeten afschrijven? Nee, we moeten zoeken naar oplossingen zoals CCS (carbon capture storage) en naar de schoonste technologieën. We moeten zo snel mogelijk investeren in ‘Onderzoek en Ontwikkeling’ op dit gebied, zodat België deze knowhow kan verkopen.
 
We moeten er ons terdege van bewust zijn dat kernenergie bepaalde negatieve gevolgen heeft, waaronder de afvalberging. Het afval kan in twee categorieën onderverdeeld worden, enerzijds het laagradioactief afval en anderzijds het middel – en hoog radioactief afval.
Voor het laagradioactief afval is er reeds een oplossing: de regering heeft in 2006 beslist dit te bergen in een oppervlakteberging in Dessel nabij de grens met Mol. Voor het hoogradioactief afval is NIRAS belast met de studie hoe dit het best opgeslagen zou worden. De federale regering zal in 2010 de volledige studie van NIRAS ontvangen en met behulp van dit document zal er dan een beslissing moeten genomen worden. Laten we ook niet vergeten dat er een project bestaat, MYRRHA, dat tot doel heeft om onderzoek naar nucleaire technologie te doen in een proefreactor. In de schoot van het MYRRHA wordt intensief gezocht naar methoden om de hoeveelheid kernafval te verkleinen. Het is een realistische prognose, mits voldoende financiering, dat men erin zal slagen de halveringstijd van hoogradioactief kernafval sterk te reduceren.
Zonder deze afvalproblematiek te negeren, is het een feit dat 55% van onze elektriciteit geproduceerd wordt door nucleaire energie en dat kunnen we ook niet zomaar langs de kant schuiven. De dag dat onze bedrijfswereld hinder ondervindt door een tekort aan productiecapaciteit zou immers een zwarte dag zijn.
 
We kunnen stellen dat het Belgisch energievraagstuk zich concentreert rond twee polen die niet helemaal los staan van elkaar.
Enerzijds is er de vrijmaking van de markt om tot een concurrentiële omgeving te komen : De roep om meer liberalisering is essentieel om de prijs voor de consument op een realistisch niveau te krijgen.
Anderzijds is er de vraag naar een haalbare timing voor omschakeling naar groene energie. Hiervoor moeten we verder kijken dan onze landsgrenzen. De leveranciersmarkt is Belgisch, maar de productiemarkt Europees en in volle evolutie. Onder het toeziend oog van de Europese mededingingsautoriteiten ontstaan diverse Europese groepen. Hierin is echter nog geen stabiele marktsituatie bereikt.
Deze Europese context is dan ook de opstap naar een breder verhaal dat mogelijkheden biedt voor alternatieve energie.
 
Ik koester dus de hoop dat met Herman Van Rompuy als kersverse president van Europa en het nakende Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, we het Europees energiebeleid en bij uitbreiding het Belgische energiebeleid, gestaag maar koersvast , kunnen sturen in de richting van een echte gezonde concurrentiële markt zonder de nationale en internationale klimaatdoelstellingen uit het oog te verliezen.
 
 
 
 
 
 

  

Ook interessant om te lezen: